TH uitspraak Engels: zo zeg je think en this goed

„Tanks for the tip!” Wie dat hoort, denkt aan pantservoertuigen, niet aan bedankjes. De th uitspraak in het Engels is voor Nederlandstaligen een van de bekendste struikelblokken: think wordt „tink”, three wordt „tree”, en that klinkt precies als ons eigen dat. Samen met de klinkers die we door elkaar halen, staat de th hoog in het rijtje lastige Engelse klanken voor Nederlanders. Het goede nieuws: met een paar minuten gerichte oefening per dag krijg je hem onder de knie. In dit artikel lees je hoe je de stemloze /θ/ en de stemhebbende /ð/ maakt, waarom Nederlanders er een t, d of s van maken, en hoe je de klank met shadowing vastzet in je spraak.
Waarom de th uitspraak in het Engels zo belangrijk is
Achter de letters th zitten twee verschillende klanken:
- /θ/, stemloos: think, three, thanks, month, mouth, birthday, nothing.
- /ð/, stemhebbend: the, this, that, they, there, mother, brother, weather, with.
Het Nederlands heeft geen van beide. Je hersenen grijpen dan automatisch naar de dichtstbijzijnde bekende klank, en die is in het Engels vaak al bezet door een ander woord. Kijk maar naar deze minimal pairs:
- think – tink – sink
- three – tree – free
- thanks – tanks
- thought – taught – sought
- thin – tin, thick – sick, mouth – mouse
- they – day, then – den, those – doze, there – dare
- breathe – breed
Een luisteraar haalt de bedoeling meestal uit de context, maar het kost hem moeite, en een sterk Nederlands accent valt juist op deze klank op.
Typische th-fouten van Nederlandstaligen
De fouten van Nederlands- en Vlaamstaligen zijn opvallend voorspelbaar. Elke fout heeft een duidelijke oorzaak.
/θ/ wordt een t
De meest gehoorde fout: think → „tink”, thank you → „tenk joe”, three → „tree”. Je tong maakt een korte afsluiting tegen de tanden of het tandvlees en laat de lucht in één stoot los. Bij een echte /θ/ is er geen afsluiting: de lucht stroomt continu langs de tong.
/θ/ wordt een s of f
Wie op school te horen kreeg dat het „geen t” mocht zijn, schiet vaak door naar een s: think → „sink”. Een kleinere groep maakt er een f van: three → „free”. Allebei zijn het echte Engelse woorden, dus de verwarring is groot.
/ð/ wordt een d: de „dat”-valkuil
Dit is de grootste valkuil voor Nederlanders, juist omdat onze eigen taal bijna identieke woordjes heeft. The klinkt als „de”, that als „dat”, this als „dis”, there als „der”, them als „dem”. Omdat die woorden in het Nederlands zo vaak voorkomen, zit de d er diep ingesleten. Het gevolg: in vrijwel elke Engelse zin zit een Nederlandse d.
Eindklankverscherping: with wordt „wit”
Het Nederlands maakt stemhebbende medeklinkers aan het eind van een woord stemloos (hond spreek je uit met een t). Die gewoonte neem je mee naar het Engels: with wordt „wit” of „wis”, breathe klinkt als breath, smooth als „smoet”. Hetzelfde mechanisme speelt bij de uitspraak van -ed in de verleden tijd: houd je stem aan tot het eind van het woord.
Zo spreek je de th uit: stap voor stap
/θ/ en /ð/ maak je met precies dezelfde mondstand. Het enige verschil is je stem.
- Leg de tongpunt licht tussen je boven- en ondertanden, of tegen de onderkant van je boventanden. Je hoeft je tong niet ver uit te steken: 2 à 3 millimeter is genoeg.
- Blaas zachtjes en continu lucht door het smalle kiertje tussen tong en boventanden. De klank moet je kunnen rekken: „θθθθ”, een zacht geblazen geruis zonder fluittoon.
- Voor /θ/ blijft je stem uit. Leg je hand op je keel: geen trilling.
- Voor /ð/ zet je je stem aan. Zelfde stand, maar nu voel je een zoemende trilling in je keel en een licht kriebelen aan je tanden.
- Controleer in de spiegel. Zie je je tongpunt helemaal niet, dan maak je waarschijnlijk een s, t of d.
Handige overgangsoefening: zeg een lange „sssss” en schuif je tong zonder te stoppen langzaam naar voren tot tegen je tanden. Het fluitje verdwijnt en je hoort /θ/. Doe hetzelfde met „zzzzz” voor /ð/. Een uitleg met voorbeeldwoorden en audio vind je in de IPA-les over de klanken /θ/ en /ð/.
Niet overdrijven
Na de eerste lessen steken veel mensen hun tong te ver uit en blijven ze er even hangen. Dan klink je slissend en traag. In normaal tempo raakt de tong de tanden maar een fractie van een seconde. Denk aan een lichte aanraking, niet aan „tong uitsteken”.
De stemhebbende /ð/ in kleine woordjes
De /ð/ zit in de meest gebruikte woorden van het Engels: the, this, that, these, those, they, them, there, then, than, with. Wie die goed zegt, verbetert in één klap bijna elke zin.
In vlotte spraak zijn deze woorden bovendien kort en onbeklemtoond: the klinkt als /ðə/, them als /ðəm/ of zelfs /əm/. Lees ook hoe de schwa en zwakke vormen werken; een goede /ð/ in een zwakke vorm is een razendsnelle, lichte aanraking, geen nadrukkelijke beweging.
Verbindingen: „in the”, „at the”, „is this”
- in the: de /n/ schuift al naar de tanden toe. Je tong blijft daar liggen en glijdt zo door naar /ð/.
- at the: ook de /t/ wordt tandig en krijgt bijna geen luchtstoot.
- is this: van /z/ meteen naar /ð/. Hier glijd je gemakkelijk af naar „izis”; zorg dat je tong echt bij je tanden komt.
Het ritme van deze functiewoorden oefen je goed met de les over het ritme van functiewoorden en zwakke vormen.
Oefeningen voor de th: van klank naar zin
Stap 1. Minimal pairs (5 minuten)
Spreek elk paar langzaam en overdreven uit en kijk in de spiegel:
- /θ/ – /t/: think – tink, thanks – tanks, three – tree, thought – taught, thin – tin
- /θ/ – /s/: think – sink, thick – sick, path – pass, mouth – mouse
- /ð/ – /d/: they – day, then – den, those – doze, there – dare, though – dough
- /ð/ aan het eind: breathe, smooth, with, bathe (stem aan houden!)
Stap 2. Medeklinkerclusters (3 minuten)
Het lastigst is /θ/ naast andere medeklinkers: months, fifths, sixths, clothes, truths, strength. Hak het woord op („mun-θ-s”) en plak het daarna weer aan elkaar. Ook moedertaalsprekers vereenvoudigen months soms, maar de tong gaat wel naar de tanden. Neem als opwarmer de korte video over de uitspraak van de maanden van het jaar en oefen daarna het woord months apart.
Stap 3. Tongbrekers (5 minuten)
- I thought a thought, but the thought I thought wasn't the thought I thought I thought.
- Three thin thieves thought a thousand thoughts.
- This is the thing that they think is theirs.
- My brother and my father gather together in rainy weather.
Begin langzaam en voer het tempo op. Spreek daarna mee met de tongbreker over de dertig dieven, eerst op halve snelheid en dan in het oorspronkelijke tempo.
Shadowing voor de th: een routine van 15 minuten
Losse woorden zijn maar de helft van het werk. De echte test is een /θ/ of /ð/ midden in een zin op normale snelheid. Daar werkt shadowing het best: je spreekt bijna tegelijk met de spreker mee en neemt niet alleen de klanken maar ook het ritme over.
- Kies materiaal met veel th. Denk aan video's over familie (mother, father, brother), het weer (weather), verjaardagen (birthday) of denken (think, thought). Een goed voorbeeld is de video over denken in het Engels zonder te vertalen, waarin think en the bijna in elke zin voorkomen. Meer materiaal vind je bij de educatieve video's.
- Luister twee à drie keer naar één zin. Markeer elke plek waar een th zit.
- Spreek mee op lagere snelheid. Op 0,75 heeft je tong tijd om bij je tanden te komen.
- Neem jezelf op en vergelijk. Luister alleen naar de th: waar glipte er toch een t, d of s doorheen?
- Voer het tempo op tot normale snelheid. Gaat het foutloos op 0,75, schakel dan naar 1,0.
Ben je al wat verder, kies dan langere fragmenten uit de video's op B2-niveau: in snellere spraak hoor je meteen of je /ð/ in the en that overeind blijft. Meer ideeën voor dagelijkse oefeningen staan op de pagina met uitspraakoefeningen.
Plan voor twee weken
- Dag 1–3: alleen /θ/: minimal pairs met t en s, spiegel, 10 minuten per dag.
- Dag 4–6: /ð/ in de kleine woordjes the, this, that, they, with, in korte zinnen. Let op de „dat”-reflex.
- Dag 7–10: tongbrekers en clusters (months, clothes).
- Dag 11–14: 15 minuten shadowing per dag: één video, opnemen, vergelijken, herhalen.
Hoe weet je of het goed gaat?
Je eigen oor is niet betrouwbaar. Een Nederlands oor hoort het verschil tussen /θ/ en /t/ of tussen /ð/ en /d/ in het begin nauwelijks, dus het voelt al snel alsof het goed gaat. Je hebt objectieve feedback nodig, het liefst direct op je opname. Wat er verder bij een heldere uitspraak komt kijken, lees je op de pagina over nauwkeurige Engelse uitspraak.
Oefen de th op ShadowingEnglish
Op ShadowingEnglish oefen je alles uit dit artikel met echte video's:
- Shadowing zin voor zin: een zin opnieuw afspelen, de afspeelsnelheid aanpassen, herhalen.
- AI-uitspraakbeoordeling per klank: je neemt een zin op en ziet welke klanken in een woord niet goed waren. Werd think weer „tink”, dan zie je dat meteen.
- Woordenboek met één tik: tik op een woord voor de IPA-transcriptie en audio, zodat je ziet of er /θ/ of /ð/ in zit.
- IPA-lessen onder Training, inclusief de th-klanken.
- Dictee op dezelfde video's: hoor je het verschil tussen thought en taught?
Kies een video, zet de snelheid wat lager en neem vandaag nog je eerste zin met /θ/ en /ð/ op. Begin gratis op ShadowingEnglish, en binnen een paar weken zeg je „thanks” in plaats van „tanks”.


