Shadowing Practice: Advanced English Phrases Native Speakers Actually Use 🚀 - Learn English Speaking with Video
Kies een oefenmodus
Elke modus opent een volledig scherm oefenruimte.
App downloaden
Alles wat je nodig hebt om vloeiend te spreken
Zelfde Kanaal
Aanbevolen Video
Woordenschat en spreektips bij deze les
Deze video bevat 286 zinnen en 3356 woorden om na te spreken. Het gesproken deel duurt 19:48. De spreker praat in een natuurlijk tempo van ongeveer 170 woorden per minuut, dicht bij een alledaags gesprek. 83% van de woorden hoort bij de 3.000 meest gebruikte Engelse woorden; de rest kun je beter vooraf bekijken.
Belangrijke woorden in deze video
15 minder gangbare woorden uit de video, met uitspraak en betekenis:
- phrase /ˈfɹeɪ̯z/ (zelfstandig naamwoord) — uitspraak. A short written or spoken expression.
- vocabulary /vəˈkæb.jə.lə.ɹi/ (zelfstandig naamwoord) — woordenschat, vocabulaire. A usually alphabetized and explained collection of words e.g. of a particular field, or prepared for a specific purpose, often for learning.
- lesson /ˈlɛs.ən/ (zelfstandig naamwoord) — les. A section of learning or teaching into which a wider learning content is divided.
- subscribe /səbˈskɹaɪb/ (werkwoord) — abonneren. To write (one’s name) at the bottom of a document; to sign (one's name).
- refer /ɹɪˈfɜː/ (werkwoord) — verwijzen, doorverwijzen. To direct the attention of (someone toward something).
- sudden /ˈsʌd.ən/ (bijvoeglijk naamwoord) — plotseling, plotselinge. Occurring quickly with little or no warning or expectation; instantly.
- relate /ɹɪˈleɪt/ (werkwoord) — vertellen. To tell in a descriptive way.
- burst /bɜːst/ (werkwoord) — barsten. To break from internal pressure.
- pants /pænts/ (zelfstandig naamwoord) — broek. An outer garment that covers the body from the waist downwards, covering each leg separately, usually as far as the ankles; trousers.
- rush /ɹʌʃ/ (werkwoord) — afraffelen. To hurry; to perform a task with great haste, often not properly or without thinking carefully.
- exit /ˈɛɡzət/ (zelfstandig naamwoord) — uitgang. An act of going out or going away, or leaving; a departure.
- toilet /ˈtɔɪ.lət/ (zelfstandig naamwoord) — toilet, wc. A room, enclosed area or single-purpose building containing a fixture or fixtures used for urination and defecation; a bathroom or water closet.
- neutral /ˈnuː.tɹəl/ (bijvoeglijk naamwoord) — neutraal. Not taking sides in a conflict such as war; nonaligned.
- excitement /ɪkˈsaɪtmənt/ (zelfstandig naamwoord) — opgewondenheid. The state of being excited (emotionally aroused).
- nowadays /ˈnaʊ.ə.deɪz/ (bijwoord) — heden, momenteel. At the present time; in the current era.
Phrasal verbs die je zult horen
- go on /ˈɡoʊˌɒn/ (werkwoord) — verder gaan. To continue in extent.
- point out (werkwoord) — aanwijzen, aanduiden. To identify among a group of similar subjects, or in a scene where the subject might not be readily seen or noticed, with a gesture of the body.
- sit down (werkwoord) — gaan zitten. To assume a sitting position from a standing position.
- come on /ˌkʌm ˈɒn/ — kom op, kom aan. Come along with me; join me in going.
- come out /ˌkʌm ˈaʊt/ (werkwoord) — uitkomen. To be discovered; to be revealed.
- come up with (werkwoord) — bedenken, verzinnen. To manage to produce, deliver, or present (something) by inventing, creating, thinking of, or obtaining it.
- try on (werkwoord) — passen. To test the look or fit of (a garment) by wearing it.
- turn on (werkwoord) — opendraaien. To set a flow of fluid or gas running by rotating a tap or valve.
Uitspraak om op te letten
De spreker gebruikt 88 samentrekkingen en verkorte vormen, zoals you're, don't, I'm. Spreek ze kort uit, zoals je ze hoort.
- De “th”-klanken: theoretical /ˌθi.əˈɹɛt.ɪ.kəl/, smother /ˈsməðər/, withhold /wɪθˈhoʊld/
- De klanken “sh” en “zh”: rush /ɹʌʃ/, realization /ˌɹɪə.laɪˈzeɪ.ʃən/, establish /ɪˈstæb.lɪʃ/, essentially /ɪˈsɛnʃəli/, promotion /pɹəˈmoʊʃn̩/
- Lange woorden — let op de klemtoon: vocabulary /vəˈkæb.jə.lə.ɹi/, realization /ˌɹɪə.laɪˈzeɪ.ʃən/, underestimate /ʌndɚˈɛs.tɪ.meɪt/, universal /ˌjunəˈvɜɹs(ə)l/, essentially /ɪˈsɛnʃəli/
Zo oefen je met deze video
- Luister de hele video één keer zonder te spreken en noteer de woorden die je niet kent.
- Begin op 0,75× snelheid, spreek zin voor zin na en ga terug naar normale snelheid zodra het makkelijk gaat.
- Neem jezelf op en vergelijk met het origineel; let daarbij op woorden als phrase, vocabulary, lesson.
Grammatica in deze video
De structuren die de spreker het meest gebruikt, met de exacte woorden uit de video:
| Structuur | In de video |
|---|---|
| Present perfect have/has + voltooid deelwoord — iets uit het verleden dat nu nog telt | I've come · have forgotten · I've given |
| Lijdende vorm be + voltooid deelwoord — het gaat om wat er gebeurt, niet om wie het doet | is uninformed · be seen · be involved |
| Betrekkelijke bijzinnen who / which + zin — extra informatie over een persoon of ding | phrase, which is · say, which is |
Wat is de Shadowing-techniek?
Shadowing is een wetenschappelijk onderbouwde taalleermethode die oorspronkelijk is ontwikkeld voor professionele tolkentraining en gepopulariseerd door polyglot Dr. Alexander Arguelles. De methode is eenvoudig maar krachtig: je luistert naar native Engelse audio en herhaalt het onmiddellijk hardop — als een schaduw die de spreker volgt met slechts 1–2 seconden vertraging. In tegenstelling tot passief luisteren of grammaticadrills, dwingt shadowing je hersenen en mondspieren om echte spraakpatronen tegelijkertijd te verwerken en te reproduceren. Onderzoek toont aan dat het de uitspraaknauwkeurigheid, intonatie, ritme, verbonden spraak, luisterbegrip en spreekvaardigheid aanzienlijk verbetert — waardoor het een van de meest effectieve methoden is voor IELTS Speaking-voorbereiding en echte Engelse communicatie.































