Alle grammaticalessen

Les 5 · Etappe 1: De basis

Present continuous

Beginner

Vorm & gebruik

am/is/are + -ing — iets dat nu of in deze periode gebeurt

1.Vorm

De present continuous = am / is / are + verb-ing.

OnderwerpBevestigendOntkennendVraag
II'm workingI'm not workingAm I working?
he / she / itshe's workingshe isn't workingIs she working?
we / you / theythey're workingthey aren't workingAre they working?

Met een vraagwoord: What are you doing? Why is he laughing? Korte antwoorden: Yes, I am. / No, she isn't.

2.-ing erachter

GevalRegelVoorbeelden
de meeste werkwoorden+ ingread → reading, play → playing
eindigt op een stomme ee valt weg + ingmake → making, write → writing (maar see → seeing, be → being)
1 klinker + 1 medeklinker, klemtoon aan het eindmedeklinker verdubbelensit → sitting, run → running, swim → swimming, begin → beginning
klemtoon niet op de laatste lettergreepniet verdubbelenvisit → visiting, open → opening, listen → listening
eindigt op ieie → y + inglie → lying, die → dying, tie → tying

w, x en y verdubbel je nooit: snow → snowing, fix → fixing, stay → staying.

3.Wanneer je het gebruikt

1. Iets gebeurt precies nu, terwijl je praat — vaak met now, right now, at the moment, Look!, Listen! In het Nederlands zeg je hier vaak “aan het …” of “nu”.

  • Shh! The baby is sleeping.

    Ssst! De baby slaapt.

  • Look! It's raining again.

    Kijk! Het regent alweer.

  • I can't talk now. I'm driving.

    Ik kan nu niet praten. Ik zit achter het stuur.

2. Iets is rond deze tijd aan de gang — begonnen maar nog niet klaar, ook als je er op dit moment niet mee bezig bent.

  • I'm reading a great book about Japan.

    Ik ben een geweldig boek over Japan aan het lezen.

  • Lan is learning Korean because she wants to work in Seoul.

    Lan is Koreaans aan het leren, omdat ze in Seoul wil werken.

3. Tijdelijke situaties — vaak met today, this week, this month, these days

  • I'm staying with my cousin until I find an apartment.

    Ik logeer bij mijn neef tot ik een appartement vind.

  • You're working really hard this week.

    Je werkt deze week echt hard.

4. Veranderingen die bezig zijn — met get, become, change, improve, increase, grow, rise, fall…

  • Your English is getting better.

    Je Engels wordt steeds beter.

  • Prices are rising every month.

    De prijzen stijgen elke maand.

De present continuous gebruik je ook voor vaste afspraken in de toekomst (I'm meeting Nam tomorrow) — zie de les “Present continuous voor toekomstplannen”.

4.Werkwoorden die zelden -ing krijgen

Sommige werkwoorden beschrijven een toestand, geen handeling — know, want, like, need, understand, believe, own — en staan meestal niet in de continuous, ook niet als het over nu gaat: I know the answer (niet I'm knowing). De volgende les gaat hier uitgebreid op in.

5.Veelgemaakte fouten

  • She cooking dinner now.

    She's cooking dinner now.

    be ontbreekt.

  • I am work now.

    I'm working now.

    Na be komt de -ing-vorm.

  • Are you understand?

    Do you understand?

    understand is een toestandswerkwoord (state verb) → present simple.

  • They are swiming.

    They are swimming.

    De m wordt verdubbeld.

  • He's makeing tea.

    He's making tea.

    De stomme e valt weg.

Voorbeelden

  • Please be quiet! The baby is sleeping in the next room.
  • Look outside! It is raining again.
  • She isn't working today because she's ill.
  • Shh! Grandpa is lying down on the sofa.
AI luistert...•4.7/5 in de App Store & Google Play

Spreek Engels met AI 24/7

Download de app — directe uitspraakbeoordeling, natuurlijke gesprekken, correcties zoals een echte tutor.

AI-uitspraakbeoordelingDirecte feedbackNatuurlijke gesprekken