Les 27 · Etappe 3: Plannen, verzoeken & vergelijken
Present simple voor dienstregelingen
BeginnerPresent simple for timetables
Vorm & gebruik
The bus leaves at 8. The class starts on Monday — vaste tijden en schema's in de toekomst
1.Vorm
Je gebruikt de gewone present simple — grondvorm / werkwoord + -s, met do / does in vragen en ontkenningen — maar voor een tijd of datum in de toekomst.
| Voorbeeld | |
|---|---|
| Bevestigend | The train leaves at 7:40 tomorrow morning. |
| Ontkennend | The shop doesn't open until ten tomorrow. |
| Vraag | What time does the film start? |
| Kort antwoord | Does the course start in May? — Yes, it does. |
Veel leerlingen laten de -s weg omdat de zin over de toekomst gaat. Een onderwerp in het enkelvoud krijgt toch -s: The bus leaves, the concert starts. Na does staat het werkwoord weer in de grondvorm: What time does it start?
2.Wanneer je het gebruikt
1. Vertrek- en aankomsttijden van vervoer
Our flight leaves at 6:15, so we need a taxi at four.
Onze vlucht vertrekt om 6.15 uur, dus we hebben om vier uur een taxi nodig.
What time does the next bus to Hoi An leave?
Hoe laat vertrekt de volgende bus naar Hoi An?
2. Evenementen en openingstijden — filmtijden, openings- en sluitingstijden, speelschema's
The match starts at 7:30 on Saturday.
De wedstrijd begint zaterdag om 7.30 uur.
Hurry up! The supermarket closes in ten minutes.
Schiet op! De supermarkt gaat over tien minuten dicht.
3. Iemands vaste schema — als het vastligt als een dienstregeling, bijvoorbeeld door een school of een bedrijf
I start my new job next Monday.
Volgende week maandag begin ik aan mijn nieuwe baan.
When does your English course finish?
Wanneer is je Engelse cursus afgelopen?
4. Data en de kalender
Tomorrow is Friday — finally!
Morgen is het vrijdag — eindelijk!
My birthday is on a Sunday this year.
Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.
3.Dienstregeling of persoonlijke afspraak?
De present simple is voor officiële schema's die iemand anders vastlegt (een busmaatschappij, een bioscoop, een school) — vast en voor iedereen hetzelfde. Voor afspraken die je zelf maakt, gebruik je de present continuous (zie de les “Present continuous voor toekomstplannen”).
| Present simple — dienstregeling | Present continuous — jouw afspraak |
|---|---|
| The film starts at 8. | We're seeing the film with Nam at 8. |
| What time does the train arrive? | What time are you arriving? |
| The meeting is at 9 tomorrow. | I'm meeting the new manager at 9 tomorrow. |
Voor afspraken, lessen, examens of sollicitatiegesprekken kun je ook have / have got + zelfstandig naamwoord gebruiken:
I have a job interview on Thursday.
Donderdag heb ik een sollicitatiegesprek.
We've got an English test next week.
Volgende week hebben we een toets Engels.
will gebruiken bij vertrektijden is niet fout (The train will leave at 7:40), maar het klinkt als een omroepbericht op het station. In het dagelijks leven zeggen mensen de present simple: The train leaves at 7:40.
4.Veelgemaakte fouten
The concert start at 8 p.m. tomorrow.The concert starts at 8 p.m. tomorrow.
Onderwerp in het enkelvoud → -s erachter.
What time does the bank opens tomorrow?What time does the bank open tomorrow?
Na does staat de grondvorm.
When does start the class?When does the class start?
Woordvolgorde: does + onderwerp + werkwoord.
The train is leaving at 7:40 every evening.The train leaves at 7:40 every evening.
Een vaste dienstregeling → present simple.
I go to a wedding next Saturday.I'm going to a wedding next Saturday.
Een persoonlijke afspraak → present continuous.
Voorbeelden
- Hurry up! The film starts at 8, and it's 7:45 now.
- The museum closes at 5 p.m. on weekdays, so let's go early tomorrow.
- I can't come to class tomorrow. I am visiting my grandparents in Nam Dinh.
- What time does the train to Hue leave tomorrow?
