Alle grammaticalessen

Les 26 · Etappe 3: Plannen, verzoeken & vergelijken

Present continuous voor toekomstplannen

Beginner

Present continuous for future plans

Vorm & gebruik

am/is/are + -ing + een moment in de toekomst — iets dat al geregeld is

1.Vorm

De vorm is precies de present continuous: am / is / are + werkwoord met -ing. Het verschil is een tijd in de toekomst in de zin (of het blijkt duidelijk uit de situatie): tonight, tomorrow, on Friday, next week…

Voorbeeld
BevestigendI'm meeting Lan after work tomorrow.
OntkennendWe aren't working on Saturday.
VraagAre you doing anything tonight?
Vraag met vraagwoordWhat time is your sister arriving?
Kort antwoordYes, I am. / No, I'm not.

In het Nederlands is een tijdsaanduiding genoeg om een zin in de tegenwoordige tijd over de toekomst te laten gaan (“Ik zie Lan morgen”). Bij persoonlijke plannen werkt het Engels niet zo — “I meet Lan tomorrow” klinkt alsof je een dienstregeling voorleest. Is het al afgesproken, zeg dan I'm meeting Lan tomorrow.

2.Wanneer je het gebruikt

1. Persoonlijke plannen die al vastliggen — je hebt besloten en het geregeld: een tijd met iemand afgesproken, een kaartje of een tafel geboekt, het in je agenda gezet

  • I'm having dinner with my parents on Sunday.

    Zondag ga ik met mijn ouders uit eten.

  • Minh is flying to Da Nang on Friday. He booked the ticket last week.

    Minh vliegt vrijdag naar Da Nang. Hij heeft vorige week zijn ticket geboekt.

  • We're having a party on Saturday. Can you come?

    We geven zaterdag een feestje. Kun je komen?

2. Vragen naar iemands plannen — What are you doing…? Are you coming…?

  • What are you doing this weekend?

    Wat ga je dit weekend doen?

  • Are you coming to Hoa's birthday party tomorrow?

    Kom je morgen naar het verjaardagsfeest van Hoa?

3. Iets wat je zo meteen gaat doen — vooral met go, come, leave, vlak voordat je begint

  • I'm going to bed now. Good night!

    Ik ga nu naar bed. Welterusten!

  • Wait for me — I'm coming!

    Wacht op me — ik kom eraan! (niet: I come)

3.Je hebt een tijd in de toekomst nodig

Omdat het dezelfde vorm is als voor “nu bezig zijn”, haalt de luisteraar uit de tijdsaanduiding of de situatie of je nu of de toekomst bedoelt.

  • I'm playing badminton.

    Ik ben aan het badmintonnen. (nu)

  • I'm playing badminton after work.

    Na het werk ga ik badmintonnen. (een afgesproken plan)

  • Later vandaag: tonight, this afternoon, at 7 o'clock, after work, later
  • De komende dagen: tomorrow, on Friday, this weekend, the day after tomorrow
  • Verder weg: next week, next month, in July, in the summer

4.Vergeleken met andere manieren om over de toekomst te praten

Het Engels heeft meerdere manieren om over de toekomst te praten. De tabel zet de vier op een rij die je op dit niveau het vaakst tegenkomt; elk heeft een eigen les.

VormGebruik je voorVoorbeeld
am/is/are + -ingplannen die al vastliggen (een afgesproken tijd, een kaartje, een reservering)I'm seeing the dentist at 3.
be going to + Viets wat je hebt besloten te doen; een voorspelling op basis van wat je zietI'm going to find a new dentist.
will + Veen besluit dat je neemt terwijl je praat; een belofte; je mening over de toekomstMy tooth hurts. I'll call the dentist.
present simpledienstregelingen en vaste schema'sThe clinic opens at 8.

Bij persoonlijke plannen zijn de present continuous en going to vaak allebei goed. De present continuous benadrukt dat het afgesproken is; going to benadrukt het voornemen van de spreker.

  • We're getting married in May.

    We gaan in mei trouwen. (de datum ligt vast)

  • We're going to get married next year.

    We gaan volgend jaar trouwen. (besloten, maar nog niet geregeld)

Let op twee dingen: de present continuous gebruik je niet voor dingen die niemand kan regelen, zoals het weer (It's going to rain tomorrow — niet It's raining tomorrow); en om naar plannen te vragen is What are you doing tonight? veel natuurlijker dan What will you do tonight?

5.Veelgemaakte fouten

  • I meet my friends at the cinema tonight.

    I'm meeting my friends at the cinema tonight.

    Een afgesproken plan → present continuous.

  • Are you come to my party on Sunday?

    Are you coming to my party on Sunday?

    Na be heb je een werkwoord met -ing nodig.

  • We having a barbecue on Saturday.

    We're having a barbecue on Saturday.

    be ontbreekt.

  • What do you do tonight?

    What are you doing tonight?

    What do you do? vraagt naar iemands beroep.

  • It's raining tomorrow.

    It's going to rain tomorrow.

    Het weer regelt niemand → going to / will.

Voorbeelden

  • I can't come to the party. I am visiting my grandparents in Huế this weekend.
  • Are you doing anything tonight? — No, nothing. Why?
  • We are having a party on Saturday. Can you come?
  • Lan is taking her parents to the airport tomorrow evening.
AI luistert...•4.7/5 in de App Store & Google Play

Spreek Engels met AI 24/7

Download de app — directe uitspraakbeoordeling, natuurlijke gesprekken, correcties zoals een echte tutor.

AI-uitspraakbeoordelingDirecte feedbackNatuurlijke gesprekken