Les 54 · Etappe 4: Tijden & modale werkwoorden
Future continuous
GemiddeldVorm & gebruik
will be + -ing — iets dat op een moment in de toekomst bezig is
1.Vorm
De future continuous = will be + werkwoord-ing, voor elk onderwerp hetzelfde. Korte vormen: I'll be, she'll be; ontkennend won't be.
| Patroon | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| Bevestigend | S + will be + V-ing | I'll be working. |
| Ontkennend | S + won't be + V-ing | She won't be coming. |
| Vraag | Will + S + be + V-ing? | Will you be using the car? |
| Kort antwoord | Yes, S will. / No, S won't. | Yes, I will. / No, I won't. |
In een vraag staat alleen will vóór het onderwerp; be blijft erachter: Will you be working? (niet: Will be you working?).
2.Wanneer je het gebruikt
1. Een handeling die op een moment in de toekomst bezig is — this time tomorrow, at eight tonight, when you arrive…
This time tomorrow, I'll be sitting on a plane to Seoul.
Morgen om deze tijd zit ik in het vliegtuig naar Seoul.
Don't come at nine — the baby will be sleeping.
Kom niet om negen uur — dan ligt de baby te slapen.
When you land, I'll be waiting at the arrivals gate.
Als je landt, sta ik al bij de aankomsthal op je te wachten.
2. Een handeling die een periode in de toekomst doorgaat
I'll be working all weekend, so I can't go out.
Ik werk het hele weekend, dus ik kan niet uitgaan.
Lan will be travelling around Europe for the whole of July.
Lan reist de hele maand juli door Europa.
3. Iets wat sowieso gebeurt, als deel van het gewone schema — een neutrale toon, zonder nadruk op een voornemen; vaak in omroepberichten
We'll be landing in Da Nang in about twenty minutes.
We landen over ongeveer twintig minuten in Da Nang.
I'll be seeing Huy at work tomorrow, so I can give him the book.
Ik zie Huy morgen toch op het werk, dus ik kan hem het boek geven.
4. Beleefd naar iemands plannen vragen — vaak voordat je om een gunst vraagt
Will you be using your laptop this afternoon? Mine's broken.
Heb je vanmiddag je laptop nodig? De mijne is kapot.
Will you be staying for dinner?
Blijf je eten?
Will you be + -ing? vraagt alleen naar plannen, dus het klinkt vriendelijk en zonder druk. Will you + werkwoord? is meestal een verzoek of een uitnodiging. Vergelijk: Will you come to the party? (ik nodig je uit) — Will you be coming to the party? (ik vraag of je van plan bent te komen).
5. Raden wat iemand op dit moment doet
Don't call Mai now — she'll be driving home.
Bel Mai nu niet — ze zit vast in de auto op weg naar huis.
3.Will be -ing of will + werkwoord?
Will be -ing = de handeling is op dat moment bezig (ze begon ervoor en gaat erna door). Will + werkwoord = de handeling begint of gebeurt op dat moment, of het is een besluit, belofte of aanbod.
When you get here, we'll be eating.
Als je hier aankomt, zijn we al aan het eten. (we zijn al begonnen voordat je aankomt)
When you get here, we'll eat.
Als je hier aankomt, gaan we eten. (we beginnen als je aankomt)
I'm thirsty. — Wait, I'll get you some water.
Ik heb dorst. — Wacht, ik pak wat water voor je. (een aanbod → will + werkwoord)
| Tijd | Zin | Tijd (grammatica) |
|---|---|---|
| gisteren 9 uur | At nine yesterday, Nam was teaching. | past continuous |
| nu (9 uur) | It's nine now. Nam is teaching. | present continuous |
| morgen 9 uur | At nine tomorrow, Nam will be teaching. | future continuous |
- Toestandswerkwoorden (know, want, like, believe…) staan meestal niet in deze vorm: I'll know the results tomorrow (niet: will be knowing).
- Na when, while, until, as soon as… gebruik je de tegenwoordige tijd, ook als het over de toekomst gaat: When you arrive, I'll be waiting (niet: will arrive) — zie de les “Tijdszinnen over de toekomst”.
4.Veelgemaakte fouten
This time tomorrow I will sitting in the exam room.This time tomorrow I will be sitting in the exam room.
be ontbreekt.
I will be study until nine.I will be studying until nine.
Na will be moet -ing komen.
Will be you using the printer later?Will you be using the printer later?
Alleen will staat vóór het onderwerp.
When you will arrive, I'll be waiting.When you arrive, I'll be waiting.
Na when → present simple.
I'll be knowing the results tomorrow.I'll know the results tomorrow.
know is een toestandswerkwoord.
I'm cold. — I'll be closing the window.I'm cold. — I'll close the window.
Een aanbod of een besluit op het moment zelf → will + werkwoord.
Voorbeelden
- This time tomorrow, I will be lying on a beach in Phú Quốc.
- Don't phone between seven and eight. We will be having dinner.
- This time next week, we will be flying to Seoul.
- Will you be using your laptop this evening? I need to check my email.
