Les 12 · Etappe 1: De basis
Past simple: -ed, did / didn't
BeginnerVorm & gebruik
worked, did you work?, didn't work — een afgeronde handeling op een moment in het verleden
1.Vorm
In de past simple krijgen regelmatige werkwoorden -ed (worked, played) — voor elk onderwerp hetzelfde; er komt geen extra -s bij he / she / it. Ontkenningen en vragen maak je met het hulpwerkwoord did / didn't, en het hoofdwerkwoord gaat terug naar de grondvorm.
| Patroon | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| Bevestigend | onderwerp + V-ed | She worked late. |
| Ontkennend | onderwerp + didn't + grondvorm | She didn't work late. |
| Vraag | Did + onderwerp + grondvorm? | Did she work late? |
| Vraag met vraagwoord | Wh- + did + onderwerp + grondvorm? | Why did she work late? |
| Kort antwoord | Yes, … did. / No, … didn't. | Yes, she did. / No, she didn't. |
Didn't = did not (de volledige vorm is voor formeel schrijven of voor nadruk). Het werkwoord be gebruikt geen did — het heeft eigen verledentijdsvormen, was / were (zie de les “Be: am / is / are, was / were”). Veel gewone werkwoorden krijgen geen -ed (go → went, see → saw) — zie de les “Past simple (onregelmatige werkwoorden)”.
Did draagt de verleden tijd al, dus het werkwoord na did / didn't krijgt geen -ed: Did you call? (niet: Did you called?), I didn't watch it (niet: didn't watched). Het werkt precies zoals does, dat de -s wegneemt.
2.-ed erachter
| Einde van het werkwoord | Regel | Voorbeelden |
|---|---|---|
| de meeste werkwoorden | + ed | work → worked, clean → cleaned, want → wanted |
| eindigt op e | + d | live → lived, close → closed, agree → agreed |
| medeklinker + y | y → ied | study → studied, try → tried, carry → carried |
| klinker + y | + ed | play → played, stay → stayed, enjoy → enjoyed |
| 1 klinker + 1 medeklinker, klemtoon aan het eind | medeklinker verdubbelen + ed | stop → stopped, plan → planned, prefer → preferred |
| klemtoon niet op de laatste lettergreep | niet verdubbelen | visit → visited, open → opened, happen → happened |
w, x en y verdubbel je nooit: show → showed, fix → fixed. Een l aan het eind na een onbeklemtoonde klinker wordt in het Brits-Engels verdubbeld (travelled, cancelled), maar in het Amerikaans-Engels niet (traveled, canceled) — allebei goed. Let op: pay → paid en say → said zijn uitzonderingen in de spelling.
3.-ed uitspreken
| Laatste klank van het werkwoord | Uitspraak | Voorbeelden |
|---|---|---|
| /t/ of /d/ | /ɪd/ — een extra lettergreep | wanted, needed, visited, decided |
| stemloos /p/ /k/ /f/ /s/ /ʃ/ /tʃ/ | /t/ | stopped, worked, laughed, fixed, washed, watched |
| alle andere klanken (klinkers, stemhebbende klanken) | /d/ | played, lived, cleaned, called, studied |
Alleen de eerste groep (na /t/ of /d/) krijgt een extra lettergreep. Worked /wɜːkt/ en played /pleɪd/ hebben gewoon één lettergreep.
In het Nederlands klinkt een d aan het eind van een woord als t (hond klinkt als “hont”). Daardoor klinkt played bij veel Nederlandstaligen als “playt”. Spreek de /d/ in played, lived, called zacht en stemhebbend uit — maar maak niet van elk werkwoord “work-ed”. Voor een klinker verbind je de klanken: worked‿at → /wɜːk tæt/.
4.Wanneer je het gebruikt
1. Een afgeronde handeling op een moment in het verleden — het tijdstip wordt genoemd, of allebei de sprekers weten wanneer het was
I called my mum last night.
Ik heb gisteravond mijn moeder gebeld.
We moved to Hue in 2019.
We zijn in 2019 naar Hue verhuisd.
Did you enjoy the film?
Vond je de film leuk? (de film die je net hebt gezien — het tijdstip is duidelijk)
2. Een reeks handelingen na elkaar — om een verhaal te vertellen
She opened the door, looked around and smiled.
Ze deed de deur open, keek om zich heen en glimlachte.
I finished work, walked to the station and waited for the train.
Ik stopte met werken, liep naar het station en wachtte op de trein.
3. Gewoontes of situaties in het verleden — die nu voorbij zijn
When I was a kid, I played football every afternoon.
Als kind voetbalde ik elke middag.
My grandparents lived in the countryside for forty years.
Mijn grootouders hebben veertig jaar op het platteland gewoond. (nu wonen ze daar niet meer)
Gewoontes in het verleden kun je ook uitdrukken met used to — zie de les “Used to”.
5.Tijdswoorden voor het verleden
- yesterday, yesterday morning, the day before yesterday
- last + tijd (zonder the): last night, last week, last month, last Sunday. Voor de avond ervoor zeg je last night (yesterday evening kan ook, maar yesterday night klinkt vreemd).
- een periode + ago (terugtellen vanaf nu): ten minutes ago, two days ago, a long time ago
- in + jaar / maand: in 2020, in May · on + dag: on Monday, on 2 September
- when + een periode in het verleden: when I was a child, when we lived in Hanoi
- Naar de tijd vragen: When did you arrive? · What time did the meeting start?
Bij woorden als yesterday, last…, …ago of in 2020 gebruik je de past simple, niet de present perfect — zie de les “Present perfect vs past simple”.
In het Nederlands zeg je meestal “Ik heb gisteren een film gekeken” (voltooide tijd). In het Engels kan dat niet: met yesterday, last… of …ago staat het werkwoord in de past simple: Yesterday I watched a film (niet: Yesterday I have watched a film).
6.Veelgemaakte fouten
I didn't watched the match.I didn't watch the match.
Na didn't komt de grondvorm.
Did you finished your homework?Did you finish your homework?
Na did komt de grondvorm.
She call me yesterday.She called me yesterday.
Ook met yesterday krijgt het werkwoord -ed.
He studyed all night.He studied all night.
Medeklinker + y → ied.
When you arrived?When did you arrive?
De vraag heeft did + grondvorm nodig.
I visited Da Lat two years before.I visited Da Lat two years ago.
Terugtellen vanaf nu doe je met ago; before betekent “vóór een ander moment”.
Voorbeelden
- We watched a great film last night.
- Did you call your grandma yesterday?
- My parents moved to Can Tho in 2015.
- I didn't go to the party because I was sick.
