Les 114 · Etappe 10: Gevorderde structuren
Modaal werkwoord + have + V3
GevorderdModal perfect
Vorm & gebruik
must / might / should + have + V3 — iets uit het verleden inschatten of beoordelen
1.Vorm
Modaal werkwoord + have + voltooid deelwoord gebruik je om te gissen naar of te oordelen over iets wat al gebeurd is. have verandert nooit — het wordt nooit has of had, wat het onderwerp ook is.
| Vorm | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| Bevestigend | modal + have + V3 | She must have left. |
| Ontkennend | modal + not + have + V3 | He can't have seen it. |
| Vraag | modal + onderwerp + have + V3? | Could they have taken the wrong road? |
| Lijdende vorm | modal + have been + V3 | The letter might have been lost. |
| Continuous | modal + have been + V-ing | He must have been sleeping. |
In spreektaal verdwijnt have bijna: must've /ˈmʌstəv/, should've, could've, might've — het klinkt als “must of”. Schrijf altijd have, en gebruik na have het voltooid deelwoord (gone, seen), niet de past simple (went, saw).
2.Gissen naar het verleden
Kies het modale werkwoord op basis van hoe zeker je bent:
| Hoe zeker | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bijna zeker dat het gebeurd is | must have + V3 | The lights are off. They must have gone to bed. |
| mogelijk, niet zeker | might / may / could have + V3 | He might have missed the bus. |
| misschien niet | might not / may not have + V3 | She may not have heard you. |
| bijna zeker dat het niet gebeurd is | can't / couldn't have + V3 | You can't have finished already! |
Nobody's answering. They must have gone out.
Er neemt niemand op. Ze zijn vast uitgegaan.
I may have left my wallet in the taxi.
Misschien heb ik mijn portemonnee in de taxi laten liggen.
Minh can't have written this — he doesn't speak French.
Minh kan dit niet geschreven hebben — hij spreekt geen Frans.
She couldn't have known about the party. We kept it secret.
Ze kan niets van het feest geweten hebben. We hebben het geheimgehouden.
De ontkenning van must have (bij gissen) is meestal can't have / couldn't have. In het Amerikaans-Engels hoor je ook vaak must not have + V3 voor “ik weet zeker dat het niet gebeurd is” (He must not have seen me), maar de korte vorm mustn't have is zeldzaam. Let op: couldn't have (onmogelijk) is veel sterker dan might not have (misschien niet).
3.Nu of in het verleden?
Hetzelfde modale werkwoord: + grondvorm gaat over nu, + have V3 over het verleden. Zie de les “Gevolgtrekking: must / can't”.
| Nu | Verleden | |
|---|---|---|
| zeker | She must be at home. | She must have been at home. |
| onmogelijk | That can't be true. | That can't have been true. |
| mogelijk | He might be busy. | He might have been busy. |
| een goed idee | You should rest. | You should have rested. |
4.Should have: wat het juiste was geweest
should have + V3 = het was het juiste geweest (maar het is niet gebeurd); shouldn't have + V3 = het was fout (maar het is wel gebeurd). Je gebruikt het voor spijt of kritiek. ought to have betekent hetzelfde maar komt minder vaak voor. should have kan ook betekenen “inmiddels, zoals verwacht, …”.
We should have booked a table — the place is full.
We hadden een tafel moeten reserveren — het zit vol.
You shouldn't have said that to her.
Dat had je niet tegen haar moeten zeggen.
You ought to have asked before borrowing my bike.
Je had het moeten vragen voordat je mijn fiets leende.
The parcel should have arrived by now.
Het pakket had inmiddels binnen moeten zijn. (zoals verwacht)
5.Could have, would have, needn't have
- could have + V3: het was mogelijk, maar het is niet gebeurd; ook een milde klacht (You could have told me!).
- couldn't have + vergrotende trap: het had niet beter / slechter kunnen zijn.
- would have + V3: je wilde het wel doen of was er klaar voor, maar iets hield je tegen.
- needn't have + V3 (vooral Brits): je hebt het gedaan, maar het was niet nodig. Vergelijk didn't need to + werkwoord: het was niet nodig, dus (meestal) heb je het niet gedaan.
I could have gone to university, but I chose to work.
Ik had naar de universiteit kunnen gaan, maar ik koos ervoor om te werken.
You could have told me the meeting was cancelled!
Je had me wel kunnen vertellen dat de vergadering niet doorging! (een milde klacht)
We couldn't have asked for better weather.
We hadden ons geen beter weer kunnen wensen.
I would have called you, but my phone died.
Ik had je gebeld, maar mijn telefoon was leeg.
You needn't have cooked so much — there are only four of us.
Je had niet zoveel hoeven te koken — we zijn maar met z'n vieren. (je hebt het al gekookt)
I didn't need to cook — we ate out.
Ik hoefde niet te koken — we hebben buiten de deur gegeten. (dus ik heb niet gekookt)
6.Veelgemaakte fouten
She must has forgotten our meeting.She must have forgotten our meeting.
Na een modaal werkwoord is het altijd have.
You should have went to bed earlier.You should have gone to bed earlier.
have + voltooid deelwoord, niet de past simple.
I should of told you earlier.I should have told you earlier.
should've klinkt als “should of”, maar het is have.
He can't have saw the message.He can't have seen the message.
can't have + voltooid deelwoord.
She should have been arrived by now.She should have arrived by now.
arrive is bedrijvend — geen been.
I must have left my keys at home, but I'm not sure.I might have left my keys at home, but I'm not sure.
Niet zeker → might / may / could have.
Voorbeelden
- The ground is wet. It must have rained in the night.
- I should have brought my umbrella. Now I'm soaked!
- The road is closed. There may have been an accident.
- You should have told me you were coming. I would have cooked more.
