Les 111 · Etappe 10: Gevorderde structuren
Tweede conditionalis
GevorderdSecond conditional
Vorm & gebruik
if + verleden tijd, would + werkwoord — een denkbeeldige situatie nu of in de toekomst
1.Vorm
De tweede conditionalis: if + past simple, would + grondvorm. De verleden tijd betekent hier niet dat het over het verleden gaat — hij laat zien dat de situatie niet echt of onwaarschijnlijk is, nu of in de toekomst.
| if-zin (past simple) | hoofdzin (would + werkwoord) | |
|---|---|---|
| Bevestigend | If I had more time, | I'd learn the piano. |
| Ontkennend | If she didn't work so late, | she wouldn't be so tired. |
| Vraag | If you won the lottery, | what would you do? |
De twee delen kunnen van plaats wisselen; staat de if-zin vooraan, dan zet je meestal een komma. 'd = would (I'd, she'd, we'd). Korte antwoorden: Would you move abroad if you could? — Yes, I would. / No, I wouldn't. In de hoofdzin kun je in plaats van would ook could (= would be able to) of might (= would perhaps) gebruiken; ook in de if-zin kan could (= if I were able to).
If I had a car, I could drive you home.
Als ik een auto had, zou ik je naar huis kunnen brengen. (could = would be able to)
If we left now, we might catch the last train.
Als we nu vertrokken, zouden we misschien de laatste trein halen. (might = would perhaps)
If I could live anywhere, I'd choose Da Lat.
Als ik overal kon wonen, zou ik voor Da Lat kiezen.
In het Nederlands verschuift de tijd ook (“als ik geld had, zou ik…”), maar in het Engels mag er in de if-zin nooit would staan, terwijl je in het Nederlands soms “als ik geld zou hebben” hoort. Snelle check: heeft het gevolg would, dan gaat de if-zin een stap terug naar het verleden (have → had, can → could, am/is → were) — zonder would.
2.Wanneer je het gebruikt
1. Een situatie die het tegenovergestelde is van nu — de werkelijkheid is anders
If I knew her number, I'd call her.
Als ik haar nummer wist, zou ik haar bellen. (maar ik weet het niet)
We would visit you more often if we didn't live so far away.
We zouden vaker bij jullie langskomen als we niet zo ver weg woonden. (maar we wonen ver weg)
2. Je het heden of de toekomst voorstellen — een “wat als” dat onwaarschijnlijk of onmogelijk is
What would you do if you lost your job tomorrow?
Wat zou je doen als je morgen je baan kwijtraakte?
If animals could talk, my cat would complain all day.
Als dieren konden praten, zou mijn kat de hele dag klagen.
3. Advies: If I were you, I'd… — je verplaatst je in de ander
If I were you, I'd talk to her before you decide.
Als ik jou was, zou ik met haar praten voordat je een beslissing neemt.
I wouldn't sign that contract if I were you.
Ik zou dat contract niet tekenen als ik jou was.
4. Zachtere verzoeken en toestemming — de verleden tijd maakt het vriendelijker en beleefder
It would be great if you could send it by Friday.
Het zou fijn zijn als je het voor vrijdag kon sturen.
Would you mind if I opened the window?
Zou je het erg vinden als ik het raam opendeed?
3.Were of was?
Bij be gebruik je in de if-zin were voor elke persoon: if I were, if she were, if it were. In spreektaal is was bij I / he / she / it ook heel gewoon en prima; were is formeler en de veilige keuze in geschreven teksten en op examens. In de adviesformule If I were you zeggen mensen bijna altijd were.
If she were here, she'd know what to do.
Als zij hier was, zou ze weten wat ze moest doen.
If it was a bit cheaper, I'd buy it.
Als het iets goedkoper was, zou ik het kopen. (informeel; formeler: if it were)
Twee formele varianten: if … were to + werkwoord benadrukt dat iets heel onwaarschijnlijk is; en bij inversie valt if weg: Were I… = If I were… (zie de les “Inversie”).
If the factory were to close, hundreds of people would lose their jobs.
Als de fabriek zou sluiten, zouden honderden mensen hun baan verliezen. (formeel)
Were I in your position, I would accept the offer.
Was ik in jouw positie, dan zou ik het aanbod aannemen. (zeer formeel)
4.Eerste of tweede conditionalis?
Allebei gaan ze over het heden of de toekomst. Het verschil is hoe de spreker de situatie ziet: een echte mogelijkheid → eerste conditionalis; alleen ingebeeld, onwaarschijnlijk of in strijd met de werkelijkheid → tweede conditionalis. Zie de les “Voorwaardelijke zinnen”.
| Eerste — een echte mogelijkheid | Tweede — ingebeeld | |
|---|---|---|
| Vorm | if + present, will + werkwoord | if + past, would + werkwoord |
| De spreker denkt | “dit kan echt gebeuren” | “dit gebeurt waarschijnlijk niet / is niet waar” |
If I get the job, I'll buy a motorbike.
Als ik de baan krijg, koop ik een motor. (een echte mogelijkheid — ik wacht op de uitslag)
If I got the job, I'd buy a motorbike.
Als ik de baan kreeg, zou ik een motor kopen. (ik verwacht niet echt dat ik hem krijg)
If it rains tomorrow, we'll stay at home.
Als het morgen regent, blijven we thuis. (heel goed mogelijk)
If it snowed in Ho Chi Minh City, everyone would go crazy.
Als het in Ho Chi Minhstad sneeuwde, zou iedereen gek worden. (bijna onmogelijk)
Meng de twee patronen niet: if + present hoort bij will, if + past hoort bij would. “If I had wings, I will fly” en “If I have time, I would help” zijn allebei fout.
5.Veelgemaakte fouten
If I would have more money, I would buy a laptop.If I had more money, I would buy a laptop.
In de if-zin staat de past simple; would hoort in het gevolg.
If I had wings, I will fly to school.If I had wings, I would fly to school.
Een if-zin in de verleden tijd gaat samen met would, niet met will.
If I am you, I would apologise.If I were you, I'd apologise.
Advies geef je met If I were you.
He's not good at English. If he speaks better, he would get the job.He's not good at English. If he spoke better, he would get the job.
In strijd met het heden → de if-zin gaat naar de verleden tijd.
If I knew her number, I would called her.If I knew her number, I would call her.
would + grondvorm.
What you would do if you won?What would you do if you won?
In een vraag komt would vóór het onderwerp.
Voorbeelden
- If I were rich, I would travel around the world.
- If we lived near the sea, we would swim every day.
- If I knew her number, I would call her.
- Nam never studies. If he studied harder, he would pass the exam.
