Les 36 · Etappe 3: Plannen, verzoeken & vergelijken
Vraagwoord + to-infinitief
BeginnerQuestion word + to-infinitive
Vorm & gebruik
how to…, what to…, where to… — een vraagwoord gevolgd door to
1.Vorm
Vraagwoord + to + grondvorm werkt als een korte vraag binnen een zin: what to do = wat ik moet doen, where to go = waar ik heen moet. Het staat vaak na know, decide, learn, remember, ask, explain, tell, show…
| Vraagwoord | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| what to | I don't know what to say. | wat ik moet zeggen |
| where to | Do you know where to buy tickets? | waar je kaartjes kunt kopen |
| how to | My grandma is learning how to send emails. | hoe je e-mails verstuurt |
| when to | Tell me when to stop. | wanneer ik moet stoppen |
| who to | I'm not sure who to ask. | wie ik moet vragen |
| which / what + zelfstandig naamwoord + to | We can't decide which film to watch. | welke film we moeten kijken |
| how much / how many + to | I don't know how much to tip. | hoeveel fooi ik moet geven |
| whether to | She can't decide whether to stay or leave. | of ze moet blijven of weggaan |
In het Nederlands volgt na het vraagwoord een hele bijzin (“wat ik moet zeggen”), dus leerlingen laten in het Engels vaak to weg (niet: I don't know what say). Onthoud: vraagwoord + to + werkwoord.
2.Wanneer je het gebruikt
1. Zeggen dat je niet weet of niet zeker weet wat je moet doen
We're lost. We don't know which way to go.
We zijn verdwaald. We weten niet welke kant we op moeten.
I'm not sure what to wear to the interview.
Ik weet niet zeker wat ik naar het sollicitatiegesprek moet aantrekken.
2. Beleefd de weg of instructies vragen
Excuse me, can you tell me how to get to the bus station?
Pardon, kunt u me vertellen hoe ik bij het busstation kom?
Do you know where to park around here?
Weet jij waar je hier in de buurt kunt parkeren?
3. Leren, aanleren of laten zien hoe iets moet — learn / teach / show + how to
I learned how to swim when I was six.
Ik heb leren zwemmen toen ik zes was.
Can you show me how to use this machine?
Kun je me laten zien hoe deze machine werkt?
4. Besluiten, onthouden, vergeten — decide / remember / forget + vraagwoord + to
Have you decided where to go for your holiday?
Heb je al besloten waar je op vakantie gaat?
I always forget how to spell “necessary”.
Ik vergeet altijd hoe je “necessary” spelt.
3.Waar komt de persoon?
Bij tell, show, teach, ask staat de persoon direct na het werkwoord, vóór het vraagwoord. Explain is anders: explain to me how to…, of laat de persoon weg: explain how to…
She showed me how to fold a paper crane.
Ze liet me zien hoe je een papieren kraanvogel vouwt.
Could you explain to me what to do next?
Kun je me uitleggen wat ik nu moet doen? (niet: explain me)
Nobody told us when to start.
Niemand vertelde ons wanneer we moesten beginnen.
4.To-infinitief of een hele bijzin?
Vraagwoord + to-infinitief betekent wat iemand moet / kan doen, en wie het doet is het onderwerp (of de persoon die je noemt). Om over iemand anders of een feit te praten, gebruik je een hele bijzin met de woordvolgorde van een mededelende zin.
| To-infinitief | Hele bijzin |
|---|---|
| I don't know what to do. | I don't know what I should do. (zelfde betekenis) |
| Do you know where to buy tickets? | Do you know where she bought her ticket? (iemand anders, een feit) |
| I can't remember how to get there. | I can't remember how far it is. (to kan hier niet) |
- why wordt normaal niet zo gebruikt: I don't know why I should go (niet: why to go).
- Vóór een to-infinitief gebruik je whether, niet if: I'm not sure whether to call him.
- Na learn mag how weg: learn to swim = learn how to swim.
- Het patroon volgt ook op bijvoeglijke naamwoorden en zelfstandige naamwoorden: I'm not sure what to do. · I have no idea where to start.
5.Veelgemaakte fouten
I don't know what should I say.I don't know what to say.
Gebruik what to + werkwoord (of what I should say, met de woordvolgorde van een mededelende zin).
Can you tell me how to getting to the station?Can you tell me how to get to the station?
Na to staat de grondvorm.
We didn't know where go next.We didn't know where to go next.
Laat to niet weg.
I'm not sure if to call him.I'm not sure whether to call him.
Vóór een to-infinitief gebruik je whether, niet if.
Please tell me where should I wait.Please tell me where to wait.
Geen vraagwoordvolgorde binnen een andere zin.
Can you explain me how to use it?Can you explain to me how to use it?
explain to + persoon.
Voorbeelden
- I don't know what to cook for dinner tonight.
- Can you show me how to use this machine?
- We're lost. We don't know which way to go.
- Do you know where to buy cheap train tickets?
