Les 29 · Etappe 3: Plannen, verzoeken & vergelijken
Toekomst met “will”
BeginnerFuture with “will”
Vorm & gebruik
will + werkwoord — een besluit, belofte of voorspelling
1.Vorm
will + grondvorm — hetzelfde voor elk onderwerp, geen -s, geen to. In spreektaal wordt het meestal ingekort tot 'll; de ontkenning is won't (= will not).
| Voorbeeld | |
|---|---|
| Bevestigend | I'll / you'll / she'll / we'll / they'll help. |
| Ontkennend | I won't (= will not) be late. |
| Vraag | Will you be home tonight? · What time will they arrive? |
| Kort antwoord | Yes, I will. / No, I won't. |
Let op, valse vriend: Engels will betekent niet “willen” — “ik wil” is I want. En gebruik will niet voor elke gedachte over de toekomst: “I'll go to Da Lat tomorrow” klinkt als een plotseling besluit; is het kaartje al geboekt, zeg dan I'm going to Da Lat tomorrow. Luister ook goed: won't /wəʊnt/ (VS /woʊnt/) is niet want /wɒnt/ (VS /wɑːnt/).
2.Wanneer je het gebruikt
1. Besluiten die je neemt op het moment dat je spreekt
It's cold in here. I'll close the window.
Het is koud hierbinnen. Ik doe het raam even dicht.
Hmm, what looks good… I'll have the beef noodles, please.
Hmm, wat ziet er lekker uit… Ik neem de noedels met rundvlees, alstublieft.
2. Aanbiedingen, toezeggingen en beloftes
That box looks heavy. I'll carry it for you.
Die doos ziet er zwaar uit. Ik draag hem wel voor je.
Can you pick me up at the station? — Sure, I'll be there at six.
Kun je me ophalen van het station? — Natuurlijk, ik ben er om zes uur.
I won't tell anyone, I promise.
Ik vertel het aan niemand, beloofd.
3. Iemand vragen iets te doen: Will you…?
Will you hold my bag for a second?
Wil je even mijn tas vasthouden? (informeel; beleefder: Could you…?)
4. Voorspellingen, meningen en feiten over de toekomst — vaak met I think, I'm sure, probably, I expect
I think you'll love this film.
Ik denk dat je deze film geweldig gaat vinden.
Don't worry, I'm sure you'll pass.
Maak je geen zorgen, je haalt het vast.
My sister will be 18 next month.
Mijn zus wordt volgende maand 18.
5. Won't = weigeren (mensen, en zelfs machines)
My little brother won't eat vegetables.
Mijn broertje wil geen groente eten.
The car won't start. I think the battery's dead.
De auto wil niet starten. Ik denk dat de accu leeg is.
3.Will met I think, probably…
- probably, definitely, certainly staan na will maar vóór won't: It'll probably rain. / It probably won't rain.
- Voor een ontkennende mening is I don't think … will gebruikelijker dan I think … won't: I don't think she'll come.
- Om naar een mening te vragen: Do you think it'll rain? What do you think will happen?
- Van heel zeker naar minst zeker: I'm sure … will → I think / I expect … will → … will probably → I doubt … will (= waarschijnlijk niet).
4.Shall I…? / Shall we…?
Shall gebruik je vooral in vragen met I / we, om hulp aan te bieden of te vragen wat de ander wil. Het is gebruikelijk in het Brits-Engels; Amerikanen zeggen vaker Should I…? of Do you want me to…?
It's hot in here. Shall I open the window?
Het is warm hierbinnen. Zal ik het raam opendoen?
What time shall we meet?
Hoe laat zullen we afspreken?
Bied geen hulp aan met will I…?: Shall I help you? (niet: Will I help you?). Voorstellen met Shall we…? komen aan bod in de les “Voorstellen”.
5.Wanneer je will niet gebruikt
Will past bij dingen die je tijdens het spreken besluit of inschat. Is iets al eerder besloten of geregeld, gebruik dan going to of de present continuous.
Sorry, I can't come on Friday. I'm working late.
Sorry, vrijdag kan ik niet. Ik werk dan tot laat. (al geregeld)
I've made up my mind. I'm going to apply for that job.
Ik heb de knoop doorgehakt. Ik ga solliciteren op die baan. (eerder besloten)
They need a designer? Then I'll apply too!
Zoeken ze een ontwerper? Dan solliciteer ik ook! (net besloten)
Na when, as soon as, before, after, until en if gebruik je normaal de present simple, ook als het over de toekomst gaat, niet will: I'll call you when I get home. Zie de les “Tijdszinnen over de toekomst”.
6.Veelgemaakte fouten
She will comes back tomorrow.She will come back tomorrow.
Na will staat de grondvorm.
I will to call you later.I will call you later.
Geen to na will.
We willn't be at home on Sunday.We won't be at home on Sunday.
De ontkenning van will is won't.
Do you will come to my party?Will you come to my party?
In vragen komt will vooraan — geen do.
I'll text you when I will get home.I'll text you when I get home.
Na when staat de present simple.
Don't worry, I pay you back next week.Don't worry, I'll pay you back next week.
Een belofte over de toekomst heeft will nodig.
Voorbeelden
- Don't worry, I won't tell anyone your secret.
- I promise I will call you tonight.
- In the future, robots will do most of the housework.
- Will you be at the office tomorrow afternoon?
