Les 52 · Etappe 4: Tijden & modale werkwoorden
Would
GemiddeldVorm & gebruik
would voor denkbeeldige situaties, beleefde wensen, gewoontes in het verleden en de toekomst gezien vanuit het verleden
1.Vorm
Would + grondvorm, voor elk onderwerp hetzelfde. Korte vorm 'd (I'd, she'd, they'd), ontkennend wouldn't. In vragen staat would vóór het onderwerp. Would komt vaak overeen met het Nederlandse “zou / zouden”.
| Voorbeeld | |
|---|---|
| Bevestigend | I'd help you. / She would love it. |
| Ontkennend | He wouldn't listen. |
| Vraag | Would you like some tea? / What would you do? |
| Kort antwoord | Yes, I would. / No, I wouldn't. |
| Voorgesteld verleden | would have + V3: I would have called you. |
'd kan would of had zijn — kijk naar het volgende woord: I'd go (grondvorm → would), I'd gone (V3 → had), I'd better (had better). Spreek de /d/ duidelijk uit: zonder klinkt “I'd like” (= ik wil graag) als “I like” (= ik vind leuk), en dat betekent iets anders.
2.Wanneer je het gebruikt
1. Denkbeeldige situaties — dingen waaraan we denken, maar die niet echt zijn (of nog niet)
It would be great to live near the beach, but rent there is too high.
Het zou geweldig zijn om bij het strand te wonen, maar de huur is daar te hoog.
I'd buy that jacket, but I don't have enough money.
Ik zou die jas kopen, maar ik heb niet genoeg geld. (maar ik koop hem niet)
Should I text him first? — I wouldn't. Let him text you.
Zal ik hem eerst een berichtje sturen? — Dat zou ik niet doen. Laat hem jou maar een bericht sturen. (advies: als ik jou was)
If I had more time, I would learn the piano.
Als ik meer tijd had, zou ik piano leren spelen.
Om je iets in het verleden voor te stellen (wat niet gebeurd is), gebruik je would have + V3 — meer in de les “Derde conditionalis”.
You would have loved the concert last night.
Je zou het concert van gisteravond geweldig hebben gevonden. (maar je was er niet)
2. Beleefde wensen en verzoeken — would like / would love / would prefer / would rather, en vragen met Would you…? (zie ook de lessen “Would like” voor een beleefde wens en “Verzoeken, aanbiedingen en toestemming”)
I'd like a glass of water, please.
Ik wil graag een glas water, alstublieft.
I'd love to come, but I'm working that day.
Ik zou heel graag komen, maar ik moet die dag werken.
Would you open the window, please?
Wilt u het raam openzetten, alstublieft?
3. Gewoontes van vroeger — handelingen die steeds weer gebeurden (zoals used to), vaak als je iets vertelt of je iets herinnert
When we were kids, my grandpa would take us fishing every Sunday.
Toen we klein waren, nam opa ons elke zondag mee om te vissen.
Every time it rained, the street would flood.
Elke keer als het regende, liep de straat onder.
4. De toekomst gezien vanuit het verleden — would is de verleden tijd van will, vaak na said, promised, thought, knew, hoped…
Minh said he'd call me after work.
Minh zei dat hij me na het werk zou bellen.
I knew you would understand.
Ik wist dat je het zou begrijpen.
We hoped it wouldn't rain, but it did.
We hoopten dat het niet zou regenen, maar het regende wel.
5. Wouldn't = weigerde (in het verleden) — iemand wilde niet, of een machine deed het niet
I asked him to slow down, but he wouldn't listen.
Ik vroeg hem langzamer te rijden, maar hij wilde niet luisteren.
My motorbike wouldn't start this morning.
Mijn motor wilde vanochtend niet starten.
3.Would of will?
Will is voor iets echts wat gaat gebeuren. Would is voor iets denkbeeldigs — vaak omdat iets het tegenhoudt.
I'll lend you my car. I don't need it this week.
Ik leen je mijn auto. Ik heb hem deze week niet nodig. (echt: ik leen hem uit)
I'd lend you my car, but my brother has it this week.
Ik zou je mijn auto lenen, maar mijn broer heeft hem deze week. (denkbeeldig: ik kan hem niet uitlenen)
4.Would of used to?
| Herhaalde handeling | Toestand (be, have, live, like…) | |
|---|---|---|
| used to | We used to swim in the river. | We used to live by the river. |
| would | We would swim in the river. | niet mogelijk |
Would voor gewoontes van vroeger heeft een duidelijke context in het verleden nodig (When I was little…, Every summer…), vaak na een zin met used to of de past simple. Op zichzelf klinkt “I would swim in the river” als een denkbeeldige situatie (I would swim if…).
5.Veelgemaakte fouten
If I won the lottery, I will buy a house.If I won the lottery, I would buy a house.
Denkbeeldige situatie (if + verleden tijd) → would.
If I would know the answer, I would tell you.If I knew the answer, I would tell you.
Het if-deel krijgt de verleden tijd; would hoort in het gevolg. Een typisch Nederlandse fout, naar “als ik het zou weten”.
She said she will help me, but she never came.She said she would help me, but she never came.
Een belofte in het verleden (said) → would.
When I was young, I would have long hair.When I was young, I used to have long hair.
Would gebruik je niet voor toestanden → used to.
I would like go home now.I would like to go home now.
Would like + to-werkwoord (maar would rather + werkwoord, zonder to).
Would you like some tea? — Yes, I'd.Yes, I would.
Geen korte vorm in een bevestigend kort antwoord.
Voorbeelden
- When we were kids, we would swim in the river every summer.
- If I had more free time, I would learn to play the guitar.
- Minh said he would call me after work, but he forgot.
- I pushed the door again and again, but it wouldn't open.
