Alle grammaticalessen

Les 88 · Etappe 7: Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden & determinatoren

All / every / each / whole

Gemiddeld

Vorm & gebruik

every day vs all day, each of them, the whole book — een hele groep of één voor één

1.All, every, each + zelfstandig naamwoord

every en each krijgen een enkelvoud en een werkwoord in het enkelvoud — ook al is de betekenis “allemaal”. all krijgt een meervoud (of een ontelbaar zelfstandig naamwoord).

Zelfst. nw.WerkwoordVoorbeeld
allmeervoud / ontelbaarmeervoud / enkelvoudAll the rooms have a balcony.
everyenkelvoudenkelvoudEvery room has a balcony.
eachenkelvoudenkelvoudEach room has a balcony.
  • Every student in my class has a laptop.

    Elke leerling in mijn klas heeft een laptop.

  • All the students in my class have a laptop.

    Alle leerlingen in mijn klas hebben een laptop. (all + meervoud)

  • Each ticket costs 100,000 dong.

    Elk kaartje kost 100.000 dong.

Every betekent wel “allemaal”, maar net als bij het Nederlandse “elke” staat het zelfstandig naamwoord erna altijd in het enkelvoud, en het werkwoord ook: Every student has…, Each of them is… Schrijf dus niet “every students”.

2.Each of every?

Vaak kan het allebei (each time / every time), maar het gevoel en de patronen verschillen:

eachevery
je denkt aan de dingen één voor één, los van elkaarje denkt aan de hele groep (bijna hetzelfde als all)
vaak bij kleine aantallen; kan ook bij twee dingenvaak bij grote aantallen; niet bij twee dingen
kan los staan; each of the / them…niet los: every one, every one of…
—hoe vaak: every day, every ten minutes
  • The teacher spoke to each student separately.

    De juf sprak met elke leerling apart.

  • Every seat on the bus was taken.

    Elke plaats in de bus was bezet. (de hele groep)

  • She had a bag in each hand.

    Ze had in elke hand een tas. (twee handen → each, niet every)

  • There's a bus every fifteen minutes.

    Er gaat elk kwartier een bus. (hoe vaak → every)

  • I've read every one of her books.

    Ik heb al haar boeken gelezen, stuk voor stuk. (niet: every of)

  • Each of them got a small present.

    Ieder van hen kreeg een klein cadeautje.

each kan ook na een zelfstandig naamwoord, na het onderwerp of aan het eind staan: The mangoes are 20,000 dong each (= per mango). We each got a present (= ieder van ons).

3.Every day of all day?

  • every day / every morning / every week = steeds weer, op elke dag / ochtend / week — het zegt hoe vaak.
  • all day / all morning / all week = de hele dag / ochtend / week, van begin tot eind. Meestal zeg je all day, zonder the.
  • the whole day / the whole morning = all day / all morning.
  • all the time = altijd, de hele tijd; every time = elke keer.
  • My dad reads the news every morning.

    Mijn vader leest elke ochtend het nieuws.

  • It rained all morning, so we stayed inside.

    Het regende de hele ochtend, dus we bleven binnen.

  • I worked the whole day without a break.

    Ik heb de hele dag zonder pauze gewerkt. (= all day)

  • She's on her phone all the time.

    Ze zit de hele tijd op haar telefoon.

  • Every time I call him, he's busy.

    Elke keer dat ik hem bel, heeft hij het druk.

“All day” en “every day” zijn heel verschillend: I studied all day = van 's ochtends tot 's avonds op één dag; I study every day = op elke dag. Zeg geen “all days” als je every day bedoelt.

4.Whole en all

whole = heel, compleet. Je gebruikt het met een telbaar enkelvoud, met the / my / a… ervoor: the whole book, my whole life, a whole pizza. Bij ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruik je normaal all, niet whole: all the money, all the information. Let op de woordvolgorde: the whole (the komt eerst), maar all the (the komt erna).

wholeall
the whole dayall day
the whole cakeall (of) the cake
my whole lifeall my life
— (normaal niet bij ontelbare zelfstandige naamwoorden)all the money, all the information
  • I ate the whole pizza by myself.

    Ik heb in mijn eentje de hele pizza opgegeten.

  • She has lived in Hoi An her whole life.

    Ze woont al haar hele leven in Hoi An.

  • Did you spend all the money I gave you?

    Heb je al het geld uitgegeven dat ik je gaf? (niet: the whole money)

  • The whole class laughed at his joke.

    De hele klas lachte om zijn grap.

5.Everyone, everything en all

Voor “iedere persoon” en “elk ding” gebruik je everyone / everybody / everything met een werkwoord in het enkelvoud. All gebruik je normaal niet zo los: zeg Everyone was happy, niet “All were happy”; He knows everything, niet “He knows all”. Maar all + bijzin = “het enige”: All I want is…

  • Everyone is waiting for you outside.

    Iedereen staat buiten op je te wachten.

  • Everything was perfect at the wedding.

    Alles was perfect op de bruiloft.

  • Everybody brought their own food.

    Iedereen had zijn eigen eten meegenomen. (everybody is enkelvoud, maar je zegt their)

  • All I want right now is a cold drink.

    Het enige wat ik nu wil, is een koud drankje. (all = het enige)

everyone (één woord) = iedere persoon. every one (twee woorden) = ieder afzonderlijk uit een groep die al genoemd is: I tried on five dresses, and every one was too small.

6.Veelgemaakte fouten

  • Every students must bring a pen.

    Every student must bring a pen.

    every + enkelvoud.

  • Everyone are waiting outside.

    Everyone is waiting outside.

    everyone → werkwoord in het enkelvoud.

  • It rained the all day.

    It rained all day. / It rained the whole day.

    all day heeft geen the; the staat vóór whole.

  • We spent whole weekend at the beach.

    We spent the whole weekend at the beach.

    whole heeft the / my… ervoor nodig.

  • I go swimming all days.

    I go swimming every day.

    Hoe vaak → every day.

  • Every of my sisters has a bike.

    Each of my sisters has a bike. / Every one of my sisters has a bike.

    every kan niet direct vóór of staan.

Voorbeelden

  • Every student in the class has a laptop.
  • I go jogging every morning before work.
  • I had a fever yesterday, so I stayed in bed all day.
  • She read the whole book in one night.
AI luistert...•4.7/5 in de App Store & Google Play

Spreek Engels met AI 24/7

Download de app — directe uitspraakbeoordeling, natuurlijke gesprekken, correcties zoals een echte tutor.

AI-uitspraakbeoordelingDirecte feedbackNatuurlijke gesprekken