Les 85 · Etappe 7: Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden & determinatoren
No / none / any, nothing / nobody
GemiddeldVorm & gebruik
There's no milk, none of them, any colour you like, nobody came — nul, en 'het maakt niet uit welke'
1.No, none en not any
no betekent “geen”. Het staat direct vóór een zelfstandig naamwoord — enkelvoud, meervoud of ontelbaar — en het werkwoord blijft bevestigend. none gebruik je als er geen zelfstandig naamwoord volgt: los, of als none of + the/my/these… / it / them.
| Gebruikt met | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| no | een zelfstandig naamwoord (enkelvoud, meervoud of ontelbaar) | There's no milk. I have no idea. |
| none | los, zonder zelfstandig naamwoord | How much milk is there? — None. |
| none of | the / my / these… + zelfstandig naamwoord, of it / us / them | None of my friends came. None of it is true. |
| not … any | ontkennend werkwoord + any + zelfstandig naamwoord | There isn't any milk. |
There's no bus after eleven, so we took a taxi.
Na elven gaat er geen bus meer, dus we hebben een taxi genomen.
Sorry, I have no idea where she is.
Sorry, ik heb geen idee waar ze is.
How many tickets are left? — None. They sold out this morning.
Hoeveel kaartjes zijn er nog? — Geen. Vanochtend waren ze uitverkocht.
I bought three melons, but none of them were sweet.
Ik heb drie meloenen gekocht, maar geen ervan was zoet.
no + zelfstandig naamwoord en not … any + zelfstandig naamwoord betekenen hetzelfde: There's no sugar = There isn't any sugar. In gesproken taal is not … any gewoner; no klinkt sterker en stelliger. Na none of + meervoud kan het werkwoord meervoud of enkelvoud zijn: None of my friends smoke / smokes (meervoud klinkt in spreektaal natuurlijker, enkelvoud is formeler).
Het Nederlandse “geen” is in het Engels no (vóór een zelfstandig naamwoord) of not … any — nooit not alleen vóór een zelfstandig naamwoord: “There is not bread” is fout. Onthoud: not hoort bij een werkwoord (isn't, don't, didn't), no hoort bij een zelfstandig naamwoord: There's no bread / There isn't any bread. En no staat nooit vóór of — vóór of heb je none nodig.
2.Nothing, nobody, nowhere
no- + -thing / -body / -one / -where geeft woorden die al ontkennend zijn. Ze kunnen onderwerp, voorwerp of een antwoord van één woord zijn. no one schrijf je meestal als twee woorden (Brits Engels schrijft ook no-one).
| Betekenis | Woord met no- | = not + any- |
|---|---|---|
| geen ding (niets) | nothing | not … anything |
| geen persoon (niemand) | nobody / no one | not … anybody / anyone |
| geen plek (nergens) | nowhere | not … anywhere |
Nobody answered the phone.
Niemand nam de telefoon op.
What did you buy? — Nothing. It was all too expensive.
Wat heb je gekocht? — Niets. Het was allemaal te duur.
I said nothing. = I didn't say anything.
Ik heb niets gezegd. (de twee zinnen betekenen hetzelfde)
We had nowhere to stay that night.
We hadden die nacht nergens om te slapen.
Nobody in my class has done their homework.
Niemand in mijn klas heeft zijn huiswerk gemaakt. (has in het enkelvoud, maar their)
Een zin heeft maar één ontkennend woord nodig: óf een woord met no- en een bevestigend werkwoord (I saw nobody), óf not + any- (I didn't see anybody). Als onderwerp gebruik je het woord met no-: Nobody came — niet “Anybody didn't come” of “Not anybody came”.
Net als in het Nederlands (Ik weet niets) heeft standaard-Engels maar één ontkennend woord: I don't know anything of I know nothing — niet “I don't know nothing”. (Die dubbele ontkenning hoor je soms in liedjes of heel informele spreektaal, maar het is geen standaard-Engels.)
3.Any = het maakt niet uit welke
In een bevestigende zin betekent any / anything / anybody / anywhere “het maakt niet uit welke / wat / wie / waar”. Met deze betekenis staat any vaak met een enkelvoud (any bus, any colour), en je hoort het veel met can / could, you like en I don't mind.
Take any seat you like.
Ga zitten waar je maar wilt.
This is really easy. Anybody can do it.
Dit is echt makkelijk. Iedereen kan het.
I'm so hungry I could eat anything.
Ik heb zo'n honger, ik kan alles wel op.
Call me any time. I'm usually at home.
Bel me wanneer je maar wilt. Ik ben meestal thuis.
Vergelijk no- (nul) en any- (het maakt niet uit welke):
| no- = nul | any- = het maakt niet uit welke |
|---|---|
| There was no bus, so we walked. | You can take any bus. They all go to the centre. |
| Nobody wants this job. It's too hard. | Anybody can do this job. It's very easy. |
| What do you want to eat? — Nothing, thanks. | What do you want to eat? — Anything. I don't mind. |
Any in vragen en ontkenningen (Is there any milk? I don't have any) wordt uitgelegd in de les “Some en any”. Let hier op de tweede betekenis: any in een bevestigende zin = “het maakt niet uit welke”.
4.Veelgemaakte fouten
I didn't see nobody.I didn't see anybody. / I saw nobody.
Gebruik maar één ontkennend woord.
There is not bread left.There is no bread left. / There isn't any bread left.
not hoort bij een werkwoord, no bij een zelfstandig naamwoord.
No of my friends live near me.None of my friends live near me.
Vóór of gebruik je none, niet no.
None student passed the test.No student passed the test.
none kan niet vóór een zelfstandig naamwoord staan.
Is there any sugar? — No, there's no.No, there's none. / No, there isn't any.
no heeft een zelfstandig naamwoord erna nodig; los gebruik je none.
Anybody didn't come to the meeting.Nobody came to the meeting.
Als onderwerp van een ontkennende zin gebruik je nobody.
Voorbeelden
- There's no milk in the fridge. Can you buy some?
- We have no time to lose. The train leaves in five minutes.
- I asked in three shops, but none of them had my size.
- You can sit anywhere. Take any seat you like.
