Les 73 · Etappe 6: Werkwoordpatronen
“See / hear” iemand iets doen / aan het doen
Gemiddeld“See / hear someone do / doing”
Vorm & gebruik
see/hear/watch + persoon + werkwoord of -ing — opmerken wat iemand doet
1.Vorm
Na werkwoorden van waarneming — see, hear, watch, notice, feel, listen to — kun je voorwerp + grondvorm of voorwerp + -ing gebruiken. In bedrijvende zinnen staat er geen to, en het tweede werkwoord verandert niet mee met de tijd.
| Patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| see / hear + O + V | je ziet of hoort de hele handeling, van begin tot eind | I saw her park the car. |
| see / hear + O + -ing | je ziet of hoort een deel van een handeling die bezig is | I saw her parking the car. |
Alleen het waarnemingswerkwoord verandert mee met de tijd; het tweede werkwoord blijft grondvorm of -ing: saw him leave / saw him leaving, niet “saw him left”.
2.Wanneer je welke vorm gebruikt
1. Grondvorm — de complete handeling: je ziet of hoort het van begin tot eind, of een reeks handelingen na elkaar
I saw him get off the bus and walk into the bank.
Ik zag hem uit de bus stappen en de bank in lopen.
We watched the sun go down over the sea.
We keken hoe de zon onderging boven de zee.
Did you hear the phone ring?
Hoorde je de telefoon gaan?
2. -ing — een handeling die bezig is: je vangt er maar een deel van op, niet per se het begin of het eind
I heard someone singing in the shower.
Ik hoorde iemand zingen onder de douche.
When I walked in, I noticed two kids hiding behind the sofa.
Toen ik binnenkwam, zag ik twee kinderen die zich achter de bank verstopten.
I could feel my heart beating fast.
Ik voelde mijn hart snel kloppen.
3. Heel korte of lange handelingen: een snelle handeling (een klap, een val, één kreet) krijgt meestal de grondvorm; een lange of herhaalde handeling meestal -ing
I heard the door slam.
Ik hoorde de deur dichtslaan.
I heard the dog barking all night.
Ik hoorde de hond de hele nacht blaffen.
4. smell, catch, find krijgen -ing (niet de grondvorm)
I can smell something burning!
Ik ruik dat er iets aanbrandt!
My mum caught me eating sweets before dinner.
Mijn moeder betrapte me erop dat ik vóór het avondeten snoep at.
I found him sleeping on the sofa.
Ik trof hem slapend aan op de bank.
3.Dezelfde zin, twee betekenissen
Vaak zijn beide vormen grammaticaal goed — de vorm die je kiest, verandert de betekenis.
I watched them play the whole match.
Ik heb de hele wedstrijd naar ze gekeken.
I watched them playing for a few minutes, then left.
Ik keek een paar minuten naar ze terwijl ze speelden en ging toen weg.
I saw him cross the road.
Ik zag hem de straat oversteken. (hij kwam aan de overkant)
I saw him crossing the road.
Ik zag hem toen hij de straat aan het oversteken was. (hij was halverwege)
Twijfel je, vraag jezelf dan af: heb ik de hele handeling van begin tot eind gezien? Ja → grondvorm. Alleen een deel → -ing.
4.Meer details
- Bij see, hear, smell en feel zetten we er vaak can / could bij: I can hear the neighbours arguing again.
- In de lijdende vorm komt to terug (vrij formeel): He was seen to enter the building. De -ing-vorm blijft hetzelfde: He was seen entering the building.
- see / hear + that + bijzin heeft een andere betekenis: iets beseffen of te weten komen, niet iets zelf zien gebeuren: I saw that she was upset. / I heard that you got a new job.
- De persoon staat in de voorwerpsvorm: heard him singing, saw them leave (niet he, they).
5.Veelgemaakte fouten
I saw him to leave the office.I saw him leave the office.
Geen to na see / hear in bedrijvende zinnen.
We heard her sang a beautiful song.We heard her sing a beautiful song.
Zet het tweede werkwoord niet in de verleden tijd.
I watched him crossed the road.I watched him cross the road.
Zet het tweede werkwoord niet in de verleden tijd.
I heard he singing in his room.I heard him singing in his room.
Gebruik de voorwerpsvorm (him).
I can smell something burn.I can smell something burning.
smell krijgt -ing.
Voorbeelden
- I heard someone shout my name, so I turned around.
- We sat by the pool and watched them playing in the water.
- Did you actually see him take the money? I need to know if he took it.
- I can hear somebody knocking at the door. Can you open it?
