Les 69 · Etappe 6: Werkwoordpatronen
Werkwoord + to-infinitief
GemiddeldVerb + to-infinitive
Vorm & gebruik
decide / manage / seem / try + to werkwoord — werkwoorden gevolgd door to
1.Vorm
Veel werkwoorden worden gevolgd door to + de grondvorm van een werkwoord (de to-infinitief). Alleen het eerste werkwoord verandert mee met de tijd; het deel to + werkwoord verandert nooit.
| Patroon | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| Bevestigend | werkwoord + to V | We decided to stay. |
| Hoofdwerkwoord ontkennend | don't / didn't + werkwoord + to V | He didn't manage to finish. |
| Tweede werkwoord ontkennend | werkwoord + not to V | I promised not to tell. |
| Vraag | do / did + S + werkwoord + to V? | Do you plan to stay long? |
| Andere tijden | has agreed / will try / was hoping + to V | She has agreed to help. |
not staat vóór to: decided not to go. In spreektaal hoor je ook “to not go”, maar not to go is de standaardvorm en de veiligste keuze in geschreven tekst.
2.Werkwoorden met to + werkwoord erachter
1. Willen, hopen, plannen, besluiten: want, would like, hope, plan, decide, intend, expect, aim, choose
I'm hoping to visit Hoi An this summer.
Ik hoop deze zomer Hoi An te bezoeken.
We've decided to rent a smaller flat.
We hebben besloten een kleiner appartement te huren.
Nam plans to open his own cafe one day.
Nam is van plan ooit zijn eigen café te openen.
2. Beloven, instemmen, weigeren, aanbieden, dreigen, afspreken: promise, agree, refuse, offer, threaten, arrange
My neighbour offered to water my plants while I was away.
Mijn buurvrouw bood aan mijn planten water te geven terwijl ik weg was.
The taxi driver refused to use the meter.
De taxichauffeur weigerde de meter aan te zetten.
We've arranged to meet at eight.
We hebben afgesproken elkaar om acht uur te zien.
3. Proberen, lukken, mislukken, leren, kunnen betalen: try, manage, fail, attempt, learn, can't afford
I finally managed to fix the printer.
Het is me eindelijk gelukt de printer te repareren. (manage = iets moeilijks voor elkaar krijgen)
He failed to notice the red light.
Hij zag het rode licht over het hoofd.
My son is learning to ride a bike.
Mijn zoon leert fietsen.
Students often can't afford to buy new textbooks.
Studenten kunnen het vaak niet betalen om nieuwe studieboeken te kopen.
4. Lijken, de neiging hebben, doen alsof, toevallig: seem, appear, tend, pretend, happen
Linh seems to know everyone here.
Linh lijkt hier iedereen te kennen.
I tend to talk too fast when I'm nervous.
Als ik zenuwachtig ben, praat ik vaak te snel.
He pretended to be asleep.
Hij deed alsof hij sliep.
Do you happen to know her number?
Weet jij toevallig haar nummer?
3.Seem, appear, pretend: to be -ing en to have + V3
Na seem, appear, pretend, tend… kun je to + werkwoord gebruiken, maar ook to be + -ing (iets is bezig) en to have + voltooid deelwoord (iets is eerder gebeurd).
| Patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| seem to + V | nu of in het algemeen | She seems to like her new job. |
| seem to be + -ing | nu bezig | The baby seems to be sleeping. |
| seem to have + V3 | eerder gebeurd | Someone seems to have taken my umbrella. |
| It seems (that) … | hetzelfde idee met een bijzin, ook heel gewoon | It seems (that) she likes her new job. |
Werkwoorden als decide, know, learn, explain en wonder kunnen ook vraagwoord + to + werkwoord krijgen: I don't know what to say. Zie de les “Vraagwoord + to-infinitief”.
4.Vergelijkbare betekenis, ander patroon
Raad de vorm niet aan de hand van de betekenis: veel werkwoordparen betekenen bijna hetzelfde, maar het ene krijgt to + werkwoord en het andere -ing (zie de les “Werkwoord + -ing”). Let op bij look forward to: hier is to een voorzetsel, dus volgt er -ing.
| + to V | + -ing |
|---|---|
| hope to win | look forward to winning |
| plan to move | consider moving |
| refuse to answer | avoid answering |
| agree to help | don't mind helping |
| decide to go | suggest going |
| want to stop | feel like stopping |
I hope to see you soon. / I'm looking forward to seeing you.
Ik hoop je snel te zien. / Ik kijk ernaar uit je te zien.
She agreed to lend me her notes.
Ze was bereid me haar aantekeningen te lenen.
Hier is to alleen het teken van de infinitief, zoals het Nederlandse “te”; het betekent geen richting of doel. Als to een echt voorzetsel is (look forward to, be used to, object to), volgt er -ing — zie de les “Voorzetsel + -ing”.
5.Veelgemaakte fouten
We decided going by train.We decided to go by train.
decide + to + werkwoord.
I hope seeing you soon.I hope to see you soon.
hope + to + werkwoord.
He promised not be late again.He promised not to be late again.
De ontkenning is not to + werkwoord; laat to staan.
I'm agree to help you.I agree to help you.
agree is een werkwoord; zet er geen am voor (anders dan “ik ben akkoord”).
I hope you to pass the exam.I hope (that) you pass the exam.
Na hope komt geen persoon + to; gebruik een that-bijzin.
She refused answering my question.She refused to answer my question.
refuse + to + werkwoord.
Voorbeelden
- We decided to take a taxi because it was raining.
- After three hours, Nam finally managed to solve the problem.
- Linh seems to be very tired today.
- We can't afford to buy a new car this year.
